4. Ioniserende straling

Main page content

Achtergrond
We spreken van straling wanneer er sprake is van energieoverdracht via indirect (elektromagnetische straling met een golfkarakter) of direct (deeltjesstraling) contact. Als deze straling voldoende energetisch is om een elektron uit de buitenste schil van een atoom weg te slaan, wordt dit atoom positief geladen en ontstaat er een ion. Voorbeelden van

  • indirecte ioniserende straling: gammastraling (golflengte <0,01 nm), röntgenstraling (golflente ca 0,01 tot 100 nm) en ultravioloet licht (golflengte ca 100 tot 400 nm)
  • directe ioniserende straling: alfastraling, bètastraling (te onderscheiden in elektronen en positronen), neutronen en protonen. 

De ioniserende straling kan zowel een kunstmatige (radioactieve stoffen in ziekenhuizen zoals jodium, technetium, kobalt, irridium, cesium,... of elektrische apparatuur zoals röntgentoestellen en cyclotrons) als natuurlijke (radioactieve stoffen in de natuur zoals uranium en zijn vervalproducten thorium, radium en radon of kosmische straling zoals natuurlijk bèta- en gammastraling) oorsprong hebben. Enkele beroepsmatig blootgestelde groepen zijn bijvoorbeeld werknemers van kerncentrales, in bepaalde industriële kwaliteitsbewaking, radiologisch en bepaald medisch en wetenschappelijk personeel en cabinepersoneel in de luchtvaart. De gezondheidseffecten kunnen kansgebonden (stochastisch zoals kanker) of niet-kansgebonden (deterministisch zoals huidverbranding, staart, hematopoëtische en maag-darm stoornissen en teratogene effecten bij zwangere vrouwen).
 
Wetgeving 

Normering

  • CEN/TR 14715:2004 Veiligheid van machines - Ioniserende straling uitgezonden door machines - Richtlijn voor toepassing van technische normen bij het ontwerp van machines om te voldoen aan de wettelijke eisen
  • NBN EN 421:2010 Beschermende handschoenen tegen ioniserende straling en radioactieve besmetting
  • NBN EN ISO 11137:2006 (-1 tot -3) Sterilisatie van producten voor de gezondheidszorg - Bestraling
  • NBN EN 60325:2005 Bescherming tegen straling - Alfa, béta en alfa/béta (béta-energie > 60 keV) besmettingsmeters en -monitors
  • NBN EN 60846:2006 Beveiliging tegen straling - Apparatuur voor het meten en bewaken van het omgevings- of richtingsdosisequivalent (of dosistempo-equivalent) voor béta, röntgen en gammastralingen
  • NBN EN 61005:2006 Bescherming tegen straling - Meettoestellen voor neutron omgevingsdosisequivalent (of zijn dosistempo-equivalent)
  • NBN EN 61331:2002 (-1 tot -3) Beschermingsmiddelen tegen diagnostische medische röntgenstraling
  • NBN EN 61526:2007 Bescherming tegen straling - Meting van het persoonlijk dosieequivalent Hp(10) en Hp(0,07) voor röntgen-, gamma-, neutron- en bêtastraling - Direct afleesbare persoonlijke dosisequivalentmeters en monitors
  • NBN EN 62022:2007 Vaste monitoren voor controle en detectie van gammastralingen aanwezig in recycleerbare en niet-recycleerbare materialen vervoerd in voertuigen
  • NBN EN 62387:2012 Bescherming tegen straling - Passieve geïntegreerde dosimetersystemen voor de bewaking van de omgeving en van het mens
  • meer info op http://www.nbn.be

Documentatie

Tools

Websites